Achtergronden bij DigLin – Mastery Learning

Share

DigLin+ en DigLin MVT is voortgekomen uit de uitgangspunten van FC-Sprint2. We hebben daarbij soms inspiratie gevonden en soms herkenning in diverse stromingen en ideeën. Een van die ideeën is Mastery Learning van Benjamin Bloom. Mastery Learning is bij Bloom een praktische uitkomst van een groot optimisme over leerbaarheid.

I find that many of the individual differences in school learning are manmade and accidental rather than fixed in the individual at the time of conception. My major conclusion is: “What any person in the world can learn, almost all persons can learn if provided with appropriate prior and current conditions of learning.” However, I would qualify this by stating that there are some individuals with emotional and physical difficulties who are likely to prove to be exceptions to this generalization (perhaps 2 or 3 percent of the population). At the other extreme are 1 or 2 percent of individuals who learn in such unusually capable ways that they may be the exceptions to the theory. At this stage of the work it applies most clearly to the middle 95 percent of a school population.

Benjamin Bloom in “New Views of the Learner: Implications for Instruction and Curriculum” (1978)

Het onderwijs is volgens Bloom te veel bezig met selectie en het voorspellen van mogelijke succesvolle leerders en zou zich juist bezig moeten houden met het ontwikkelen van succesvolle leerders.

Bloom constateert een enorme variatie in leeruitkomsten in het onderwijs. Het onderwijs lijkt voor sommige leerlingen op maat gemaakt en die floreren. Maar er zijn ook leerlingen die het veel lastiger hebben en die in dezelfde tijd en onder dezelfde omstandigheden veel minder presteren. Bovendien is het gat wat daardoor ontstaat vaak blijvend. De goede leerders worden beter en de leerders met hiaten hebben in het vervolg vaak last van die hiaten en dat hindert het leren vervolgens weer. Er wordt getoetst om het niveau te constateren en vervolgens gaan we door met het volgende onderwerp. Achterstanden worden daarom vaak niet meer ingelopen.

Benjamin Bloom stelt dat om de variatie in prestaties van leerlingen te verminderen en om alle leerlingen goed te laten leren, we de variatie in de onderwijsaanpak en de leertijd moeten vergroten. In wat hij Mastery Learning noemt gaat een leerling pas door naar het volgende onderwerp als er een bepaald niveau bereikt is.

Volgens Bloom bestond de traditionele praktijk van docenten uit het organiseren van de inhoud van het curriculum in vaste eenheden. Die eenheden werden vervolgens getoetst om de voortgang vast te stellen aan het einde van zo’n eenheid. Deze controle op de voortgang zou volgens hem juist gebruikt moeten worden als feedback om het leren te verbeteren. Toetsing verschuift hier dus van summatieve beoordeling naar formatieve beoordeling.

Deze formatieve beoordeling zou moeten aangeven wat de leerlingen al beheersten en waar ze nog extra aan zouden moeten werken voor een tweede beoordeling plaats zou vinden. Voor leerlingen die al in eerste instantie het beoogde niveau bereikt hadden stelde hij verrijkingsmateriaal voor.

In de praktijk blijkt Mastery Learning inderdaad de effectiviteit van leren te verhogen. Voor Bloom is de essentie van Mastery Learning:

group instruction supplemented by frequent feedback and individualized help as each student needs it.

De consequentie van Mastery Learning is dat er een grote nadruk is op vooraf vastgestelde uitkomsten. En dat het gewicht van de uitkomst van leren groot is. Dat bepaalt of we door kunnen naar het volgende onderdeel of niet. Het zorgt ook voor het zoeken naar effectiviteit. Wat werkt eigenlijk en wat moeten we aanpassen? Er wordt in feite een veiligheidsklep ingebouwd in het leren en er ontstaat een noodzaak om leren te leren.

In dit model wordt de hele groep leerders nog wel bij elkaar gehouden. In feite worden de “goede” leerders tegengehouden met verrijking.

Ook bij DigLin+ en DigLin MVT is voor een groot deel sprake van Mastery Learning. De nadruk op het verschil tussen doen en kunnen is daar een onderdeel van. En ook het uitgangspunt van de expliciete hoge verwachtingen en het trainen tot die hoge verwachtingen inderdaad gehaald worden. Om dat mogelijk te maken is er bij de meeste bronnen een puntentelling en zijn er tijdklokjes. Dat trainen en herhalen kan redelijk autonoom. Het systeem geeft feedback en zoveel ondersteuning dat de “instructie” van de docent minimaal is. Iedere cursist krijgt in DigLin niet letterlijk individuele hulp maar hij maakt de route individueel en gebruikt dat wat hij of zij nodig heeft.

De “toets” van Bloom is vervangen door doelen waarbij uiteindelijk de leerder kan bepalen of hij die bereikt heeft. De bronnen kunnen hem daarbij helpen. Bij Bloom wordt de groep leerders nog bij elkaar gehouden. Iedereen is bezig met hetzelfde onderwerp. In de praktijk blijkt het “bij elkaar houden van de groep” bij DigLin niet echt nodig te zijn.

Jan Deutekom / Ineke van de Craats

(Visited 161 times, 1 visits today)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*