Het einde van scaffolding?

Een paar jaar geleden was hier in huis “Minecraft” een grote hit. Twee jongens (14 en 16) die hier in huis uren spendeerden aan het bouwen van virtuele werelden. Van enige afstand bekeken zag ik hoe ze werkten in een, in mijn ogen, zeer gecompliceerd programma met heel veel mogelijkheden. Ze lieten me zien hoe ze een werkende rekenmachine bouwden in Minecraft en ik zag hoe ze werelden creëerden gevuld met landschappen, kastelen en dorpjes.

Ik realiseerde me dat ergens achter dat “spelen” of “creëren” ook heel veel leren zat. Er was niemand die ze dit bijgebracht heeft. In ieder geval niet in de klassieke zin van het woord. Er was geen cursus geweest, geen docent. Er was niet één grote expert geweest die ze had begeleid in hun leerproces.

Er waren wel “experts”. Dat waren vriendjes die verder waren in hun ontwikkeling. En ze gebruikten allerlei informatie, vaak in de vorm van filmpjes, die ze zochten en vonden op internet. Tijdens het creëren stond ook vaak Skype open zodat ze konden overleggen en vragen stellen. Spelen, creëren en leren leken door elkaar te lopen. Er leken voldoende bronnen (experts en filmpjes) te zijn om ze verder te helpen in hun leerproces.

Ik heb sterk de indruk dat als we ze naar een cursus Minecraft hadden gestuurd met een docent dat de lol er dan snel af zou zijn geweest

(meer…)

Lees meer

Directe feedback en herhaling…

Een van de quotes die we vaak aanhalen is van Anders Ericsson. Hij doet onderzoek naar het ontstaan van expertise of (zoals we dat vaak vertalen) naar excellente leerders.

Hij zegt dat het van groot belang voor effectief leren is dat leerders onmiddellijk feedback krijgen.

(The subjects should receive immediate informative feedback and knowledge of results of their performance.)*

Maar zijn volgende zin is minstens zo belangrijk..

Leerders moeten dezelfde (soort) taken regelmatig herhalen.

(The subjects should repeatedly perform the same or similar tasks.)

(meer…)

Lees meer

Diglin+ Nederlands – achtergronden

Met enige regelmaat krijgen we de vraag hoe Diglin+ Nederlands is opgezet en hoe docenten en cursisten er mee kunnen werken. Hierbij een poging iets van de achtergronden te verduidelijken (versie 1).

Algemeen

Diglin+ Nederlands is gebouwd op de principes van FC-Sprint². Belangrijk daarbij is dat cursisten zelf kunnen werken aan een doel (of zoals dat in Sprint² ook wel genoemd wordt ‘een hoge verwachting’). Zij kunnen daarbij gebruik maken van ‘bronnen’. Alles kan daarbij een bron zijn. Medecursisten zijn bijvoorbeeld een bron, er kunnen papieren bronnen zijn en er zijn digitale bronnen. Diglin+ Nederlands is een omgeving met deze digitale bronnen. Ook een docent is een bron maar dat is bij voorkeur de laatste bron. Bij Sprint² heeft de cursist heel nadrukkelijk het stuur zelf in handen. Hij kan aan zijn eigen doelen werken of aan uitdagende verwachtingen die de docent voor hem formuleert. Ook als een cursist aan zijn eigen doelen werkt dan zet de docent dat om in een hoge verwachting. Als een cursist bijvoorbeeld wil leren tellen in het Nederlands dan kan een docent daarop een verwachting formuleren.

“Ik weet zeker dat je vanmiddag om half 2 tot 20 kunt tellen en dat ga je presenteren aan de andere cursisten.”

(meer…)

Lees meer

Bas leren spelen en taal leren met behulp van computers

Ooit heb ik bas gespeeld op een beschamend niveau. En hoewel ik een jaar of 35 geen bas heb aangeraakt heb ik altijd wel latente belangstelling gehad voor bas spelen. Een optreden van “The Analogues” en een jongetje dat hier riep dat hij wellicht wel bas wilde leren spelen leidde tot een impulsaankoop. Maar ja, dan moet je er ook iets mee doen. En het jongetje was onderhand afgehaakt.

Toen ik ooit jaren terug pogingen deed bas te leren spelen was dat een moeizaam proces. Je wilde natuurlijk baspartijen meespelen met bekende popnummers en daarvoor was het nodig om met cassettebandjes(!) uit te vinden hoe een nummer gespeeld moest worden. Zeker voor iemand met niet veel ervaring was dat een helse klus. Daarvoor was nogal wat doorzettingsvermogen nodig en ik ben bang dat ik dat toen niet op kon brengen. Dat was al een hele verbetering met de jaren 60 waarin aankomende popmuzikanten naar Radio Luxemburg luisterden om bepaalde popnummers te horen, dat dan vervolgens probeerden mee te spelen en als ze vastliepen moesten ze wachten tot het nummer weer gedraaid werd. (meer…)

Lees meer