NT2Spraak en Sprint²

Share

zaterdag 21 augustus 2010

Marieke Goedegebure over FC-Sprint²

banner-nt2spraak-2000-e1426101821183

De reden dat ik volgens de uitgangspunten van Sprint wilde gaan werken is, dat de studiehouding van mijn cursisten altijd een beetje ‘dubbel’ is. Vaak zijn het werkende mensen, met een taalniveau van B1 of hoger. Hun vraag is: beter kunnen spreken en/of beter schrijven. Dat ‘beter’ is relatief: ze kennen genoeg woorden, en kunnen mij precies vertellen bij welke grammaticaregel hun probleem zit. 😉 Uit mijn screening blijkt vaak dat hun verstaanbaarheid en spelling achter blijft bij hun taalniveau. Meestal hebben ze nog nooit gehoord van klemtoon, intonatie, het verschil tussen zgn korte en lange klinkers etc. De verwachting is vervolgens dat ik ervoor ga zorgen dat ze dat leren toepassen in hun dagelijks spraakgebruik.

Mijn motto is altijd geweest ‘Je kunt een plant niet harder laten groeien door aan de bladeren te trekken’, oftewel: een cursist zal alleen iets leren als het uit hemzelf komt. Tot nu toe had ik echter nog geen prettige manier gevonden om cursisten daadwerkelijk actief aan de slag te krijgen. Tot ik vorig jaar zomer “FC-Sprint² – Grenzeloos Leren” las en eerder dit jaar de workshop volgde bij Delken & Boot!

De lessen die ik geef zijn maatwerk, iedereen werkt aan zijn eigen doelen, maar dat is op deze manier juist ook heel goed te organiseren met continue instroom. Naast mijn kantoor met ‘spreektafel’ is een studieruimte met 5 werkplekken, 2 computers, een cd-speler, een voicerecorder en een een videorecorder. Ik heb maximaal 3 cursisten per les van twee uur. Sommigen komen 2x per week, het minimum is 1x per twee weken.

De mevrouw van maandag was de eerste gelukkige. Zij startte haar training direct ‘volgens Sprint²’. Zij zit op B1 maar moet haar spelling en interpunctie verbeteren i.v.m. administratief werk. Mijn eerste verwachting was dat ze zou presenteren wat nou het verschil in klank en spelling was tussen lange en korte klinkers. Dit kon ze nazoeken in de reader en beluisteren a.d.h.v. een boek met cd. Ze vroeg halverwege hulp en het was leuk om te zien dat er een behoefte ontstond. Toen ze wegging zei ze: de ee en de e vind ik makkelijk, maar op het horen van het verschil tussen de aa en de a moet ik echt gaan oefenen! Ik vond het geweldig dat ze dat zelf ontdekt had en dat ze het liefst deze week nog terug wilde komen.

Het is natuurlijk vooral voor mij als docent een ‘mindswitch’ en ik ben nog maar net begonnen. Maar ik hou ervan om dingen te ontwikkelen, inclusief mezelf.

Marieke Goedegebure

Taaltrainer en logopedist Nederlands als Tweede Taal

(Visited 24 times, 1 visits today)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*