Bronnen of Leermiddelen?

Au-then-tiek… Betrouwbaar, geloofwaardig; echt

We probeerden zoveel mogelijk authentiek materiaal te gebruiken bij lessen Nederlands als tweede taal. We adviseerden onze studenten om kranten te lezen, naar het journaal te kijken en om naar de radio te luisteren. Ik verzamelde teksten en maakte er vragen bij. Ik moest daardoor wel nadenken over mijn vak. Natuurlijk was authentiek materiaal belangrijk. Dat was het niveau waar mijn studenten naar toe moesten. Het was continue zoeken naar de verbinding met de ‘echte wereld’.

Ergens rond het jaar 2005, gedurende de eerste experimenten die we uitvoerden om ons onderwijs anders vorm te geven vond ik een stuk van de OECD uit 1996. Het drong niet onmiddellijk tot me door maar deze zinnen bleven de weken daarop rondspoken:

As access to information becomes easier and less expensive, the skills and competencies relating to the selection and efficient use of information become more crucial….
Capabilities for selecting relevant and disregarding irrelevant information, recognising patterns in information, interpreting and decoding information as well as learning new and forgetting old skills are in increasing demand. (zie hier de volledige tekst van de OECD / OESO)
(Visited 141 times, 1 visits today)

Lees meer

What does success look like?

Golden key to success.

I just gave a presentation about FC Sprint² as she comes up to me. She teaches at a university and would like to discuss something. She tells me that her students do not know how to write an essay any more. They overwhelm her with questions. So she is thinking about organizing a training and making it mandatory for her students to be present. She asks for my opinion.

I ask her if she can describe in four or five sentences what is essential for a good essay. Or does she wait for the students to wait to hand in the essay and then decides if it sufficient or not. She nods. I just told her about clear expectations. That it is essential to make clear when you are satisfied as a teacher. What does success look like? She says she can not tell it in four or five sentences. She knows it as soon as she sees the essay.

I ask her if she has an example of a good essay and if she gives it to her students. She obviously has good examples, but they are never actually used for this purpose. We observe together that it may not be so strange that her students  have no idea what to do and continue to overwhelm her with questions. In education we need to move towards a situation where the students hand in an essay, knowing it’s a good essay. If our students have no idea when a product is good enough and hope that they get a sufficient  grade, then we have not formulated our expectations and intentions clearly enough.

(Visited 82 times, 1 visits today)

Lees meer

Hoe ziet succes er uit?

succ

 

Ik heb net een presentatie gegeven over FC-Sprint² als ze me aanspreekt. Ze geeft les op een universiteit en wil me iets voorleggen. Ze vertelt me dat haar studenten geen essay meer kunnen schrijven. Ze wordt overstelpt met vragen. Ze heeft nu maar besloten om een training te organiseren en de studenten te verplichten hier naar toe te gaan. Ze vraagt me hoe ik naar haar dilemma kijk.

Ik vraag haar of ze in 4 of 5 zinnen kan aangeven waar een goed essay in essentie aan moet voldoen. Of dat ze in de praktijk een essay ziet en dan kan aangeven of hij voldoende is of niet. Ze knikt. Ze heeft me net horen vertellen over verwachtingen, over het scherp maken van wat je wilt. Over het volstrekt helder maken wanneer je als docent tevreden bent. Hoe succes er uit ziet. Ze zegt dat ze het niet kan vertellen in 4 of 5 zinnen. Ze weet het het wel precies als ze een essay nakijkt.

Ik vraag haar of ze een goed voorbeeld heeft van een essay en ze dat aan haar studenten geeft. Ze heeft natuurlijk goede voorbeelden maar ze gebruikt ze eigenlijk nooit voor dit doel.

We constateren samen dat het dan mogelijk niet zo heel vreemd is dat studenten dan geen idee hebben wat ze moeten doen en haar blijven bevragen. We zouden in het onderwijs toe moeten naar een situatie waar de student een essay inlevert en zegt dat het een 8 is… En dat dat dan ook klopt.

Als onze studenten geen idee hebben en maar hopen dat ze een voldoende hebben dan hebben we ze onvoldoende duidelijk kunnen maken wat de bedoeling was.

 

(Visited 156 times, 1 visits today)

Lees meer

Be a mother duck!

A teacher once sent me this video. She thought it was an excellent example of working with high expectations. Actually, it’s a movie about learning. It is looking at learning and to some extent also looking at leadership. And in only a few minutes so many dilemmas come along. We use the video in workshops for teachers and supervisors of students. It triggers people.

(meer…)

(Visited 177 times, 1 visits today)

Lees meer

Wees een moedereend!

Een docente heeft me ooit dit filmpje toegestuurd. Ze vond het een prachtig voorbeeld van werken met hoge verwachtingen. Eigenlijk is het een filmpje over leren. Het is kijken naar leren en in zekere zin ook kijken naar leiding geven. En er komen in een paar minuten zoveel dilemma’s langs. We gebruiken het filmpje regelmatig bij workshops voor docenten en begeleiders van studenten. Het filmpje triggert.

We vragen de kijkers voor we het filmpje afspelen wanneer ze de neiging krijgen in te grijpen. Wanneer gaan ze helpen? En we vragen ze bij het bekijken van het filmpje te bedenken hoeveel eendjes het niet gaan redden.

(meer…)

(Visited 148 times, 1 visits today)

Lees meer

Cause or effect? Grey matter and dyslexia…

water-drop

“He is not good at math.” Or as Carol Dweck would say, “He’s not good at math yet.” There is a world of difference. In the first senstence it is already almost a final conclusion. He has tried everything and now we can conclude that he is not good at math. At least in Carol Dweck’s case it is still an optimistic observation. He could still become good at math.
We can then look for causes. We can find them undoubtedly in brains, genes, and, of course, also in the environment. And no doubt we will find causes. With dyslexia scientists also found something. Apparently a cause. People with dyslexia have less gray matter in the brains. Grey matter has the function to process information. That might mean that there is a biological cause for dyslexia. For learning this conclusion has a lot of consequences. Does it make sense to practice a lot if you know that your brains are differently than those without dyslexia? Just ask someone with dyslexia. They often think that dyslexia is an ongoing situation which you can improve a little but not much. For motivation to really practice this biological cause almost seems deadly. The “not yet” of Carol Dweck is skillfully demolished with such a cause.

There are a lot of fallacies in this “gray matter” observation. The first is that what seems a cause according to recent research sometimes may actually be an effect:

“Many dyslexics were not born with less gray matter, according to a surprising recent study. Dyslexics’ grey matter may have developed less because they read less.”

(meer…)

(Visited 120 times, 1 visits today)

Lees meer

Oorzaak of gevolg

donderdag 16 juli 2015

water-drop

“Hij is niet goed in rekenen.” Of zoals Carol Dweck zou zeggen: “Hij is nog niet goed in rekenen.” Er zit een wereld van verschil tussen. In de eerste zin is het al haast een eindconclusie. Er is van alles geprobeerd en nu blijkt dat hij niet goed in rekenen is. Carol Dweck maakt er in ieder geval nog een optimistische constatering van. Het kan nog goed komen.

We kunnen vervolgens op zoek gaan naar oorzaken. We kunnen zoeken in hersenen, genen en natuurlijk ook naar de omgeving. En ongetwijfeld vinden we wat. Bij dyslexie is ook wat gevonden. Schijnbaar een oorzaak. Bij mensen met dyslexie is er sprake van minder grijze massa in de hersenen. Grijze massa heeft als functie het verwerken van informatie. Dat zou betekenen dat er een biologische oorzaak is voor dyslexie. Voor leren heeft dat nogal wat consequenties. Heeft het zin om veel te oefenen als je weet dat je hersenen anders in elkaar zitten dan mensen zonder dyslexie? Vraag maar eens door aan iemand met dyslexie. Zij denken vaak dat dyslexie een permanente situatie is waar je misschien wel iets aan kunt verbeteren maar niet veel. Voor de motivatie om echt te oefenen lijkt het me haast dodelijk. Het “nog niet” van Carol Dweck wordt er vakkundig uitgesloopt met zo’n oorzaak.

Er zitten nogal wat denkfouten in deze “grijze massa” constatering. De eerste is dat wat een oorzaak lijkt volgens recent onderzoek weleens een gevolg kan zijn:

“Many dyslexics weren’t born with less grey matter, according to a surprising recent study. Dyslexics’ grey matter may have developed less because they read less.”

Dat zou weleens voor veel meer dingen kunnen gelden. Hij is niet zo goed in … omdat hij er minder tijd aan besteed heeft. Of omdat hij er minder slim op geoefend heeft. Cognitieve geschiedenis. Deliberate practise.

Bovendien zegt gedragswetenschapper en psycholoog Hasselman in de Volkskrant dat er allerlei oorzaken zijn aan te wijzen en moet vooral niet gezocht worden naar één unieke verklaring. Hij ziet de volgende mogelijke verklaringen voor dyslexie:

‘De moedertaal. In Finland en Italië zijn het gesproken en geschreven woord vrijwel identiek en komt dyslexie nauwelijks voor. Onderwijs speelt ook een rol, denken we. Er zijn leraren die nooit een dyslectisch kind in de klas hebben gehad. Dat duidt erop dat een bepaalde aanpak van het leesonderwijs dyslexie voorkomt. Een systematische benadering om te begrijpen hoe dyslexie ontstaat, zou naar grammatica, taalonderwijs, sociale omstandigheden, genetische factoren, hoorproblemen en breindefecten moeten kijken. En hoe de factoren elkaar versterken of juist afzwakken.’

Tja, oorzaak of gevolg.

Voor het onderwijs lijkt het me haast een morele keus om de beinvloedbare factoren te belichten. Voor het leren is het van belang de cognitieve geschiedenis van de student te benadrukken als oorzaak voor succes of falen. Ik denk niet dat we in het onderwijs behoefte hebben aan vrijwaringsbewijzen.

(Visited 153 times, 1 visits today)

Lees meer

Calculus (English)

zondag 7 september 2014

He’s a 12 year old boy and he is having problems with multiplication. Here and there he’s still adding and subtracting instead of multiplying. The timetables are not automatised yet even though this has been practised at school for years.There is a scent of dyscalculia around him. He doesn’t have much faith that this problem could be resolved. He is avoiding it as much as possible.

I work at a school for vocational education. In this school there is a department where we (students and teachers) are building resources to learn from. A few months ago we build this exercise:

Schermafbeelding 2015-07-13 om 11.59.54kopie

All the timetables are there and the exercise is counting your mistakes and keeps track of the amount of time you need to finish to finish them all. You have to correct every mistake before you can continue. The record right now is at 4 minutes and 37 seconds and it is in the hands of a fanatic colleague.

The first time the 12 year old tried this exercise it took him 15 minutes with a lot of mistakes. He didn’t work on it with a lot of focus. He didn’t really want to do it and he probably thought that it was not possible to get any better at and that he had reached his potential. His mom gave him a “high expectation” to do it in less than 8 minutes within a week. He had to do the exercise at least once a day and keep track of the results.

A week later on a Friday morning I received an app. He finished the exercise in 7:43 with only 6 mistakes. He was proud. Two of my colleagues and some students decided to try and beat his score which was pretty tough. They did not get his results the first time. We apped the scores back to him. In the end there was only one colleague who was faster. And then we received another app from the boy’s mum that her son kept at it and was now finishing in 6:49 minutes with only 4 mistakes. His mother told us the boy was jumping with excitement. He doesn’t have dyscalculia. He just needed to find his focus and put in the effort.

Somewhere between this first attempt and him beating the 7 minutes mark we looked at the numbers he had problems with, where he made mistakes or which took him a long time. They were 32, 54, 56, 63 and 64. Strangely enough almost everybody trying this exercise runs into problems with these numbers. Which multiplication leads to 56? Do you know? We trained on those numbers and eventually that led to 6:49 with only 4 mistakes. This is deliberate practise. Analyse the things that you are not good at and specifically train on those.

We ask almost everybody who comes here to do this exercise and it is surprising what is happening. Almost everybody tells us that some sort of anxiety arises, a sort of extra focus. I think this is partly because others know you are doing this exercise and because of the clock and the counting of your mistakes. You’re competing with others but also yourself. You really want to make as less mistakes as possible in as little time as possible. And I have heard several colleagues curse when they made a mistake or when they got stuck on a number. A lot of people started over again and again.

I also think that our brains are trying to find a strategy to finish this as fast and as accurate as possible. I noticed that the first time I did the easiest sums (1×9 instead of 3×3 – 1×20 instead of 5×4) and that I tried to fill squares close to each other to keep the board as clear and organized as possible. And the brains think of using a mouse instead of the track pad. My colleague told me his brains divide the numbers. With numbers below 50 he looks at the left-top side of the board and above 50 at the right-bottom side. And with a lot of those strategies the brains are working this way without really realising this. Only when asked you realise that you are using and adapting strategies.

A few weeks later I am at a conference about literacy and learning. I tell this story to a German scientist. She is interested and she starts using the exercise. First attempt: 11:43 and 5 mistakes. 1,5 hours later she scores 6:07 with 3 mistakes. She did the exercise 5 times and her “problem numbers” are 32, 54, 56, 63, 64. A few days later she sends another result. She can’t let go. She knows it can be done in 4,5 minutes and so she wants to achieve this.

Automatising timetables isn’t fun. It can be an enormous challenge. But it can be done. The boy saw that he became faster and made less mistakes each time he tried. And that’s what made him realise he wasn’t at his limit. That’s what made him put in the hours that were necessary to automatise timetables. It is all about a challenge and deliberate practice. The program with the fast feedback gave the boy a very effective opportunity to train and the possibility to see the progress. Perhaps most important, the boy started to believe that it was possible. And that’s what is worrying. The label dyscalculia might just have the effect that it crushes the believe that it is possible.

In the meantime the German scientist went on. She now has the record. She scored 4:21 with 0 mistakes. Can you beat that?

The record is now 2:02 with 0 mistakes… And you can download the program for free as an app if you have an IPad.

 

(Visited 50 times, 1 visits today)

Lees meer

Rekenen en Deliberate Practice

donderdag 4 september 2014

Jongetje, 12 jaar. Hij heeft problemen met rekentafels. Hij moet bij allerlei sommen echt rekenen. De tafels zijn niet echt geautomatiseerd.

Dat had al lang gebeurd moeten zijn. Er hangt al een zweem van discalculie rond hem.

Op ons leerbedrijf is deze oefening gebouwd:

Schermafbeelding 2015-07-13 om 11.59.54kopie

Alle tafels komen langs. Het programma telt keurig de fouten en houdt bij hoe lang je er over doet. Het record staat nu op 4 minuten en 37 seconden met 0 fouten. Gehaald door een fanatieke collega…

Het jongetje deed er de eerste keer 15 minuten over. Met flink wat fouten. En met niet zo heel veel focus. Hij had er niet echt veel zin in. Hij kreeg de uitdaging om het binnen twee weken binnen 8 minuten te doen. Misschien had hij ook wel het idee dat het niet veel beter zou worden en dat dit zijn plafond was.

Een paar weken later, vrijdagochtend. Ik krijg een appje. Hij scoort 7:43 met 6 fouten. De collega’s om me heen en de paar studenten die hier al zitten gaan meedoen. Het valt tegen. De eerste keer kost het moeite om de score van het jongetje te evenaren. We appen hem de resultaten terug. Uiteindelijk is er slechts één collega die sneller is. Dan komt er nog een appje binnen van het jongetje: 6:49 met 4 fouten. Hij heeft geen discalculie. En zijn moeder vertelt dat het jongetje staat te springen van enthousiasme.

Ergens tussendoor hebben we gekeken met welke getallen hij problemen had: 32, 54, 56, 63, 64. En vreemd genoeg heeft bijna iedereen die dit programma probeert daar moeite mee. Welke som hoort ook al weer bij 56? Op die getallen hebben we geoefend. En uiteindelijk leidde dat 6:49 en 4 fouten. Deliberate practice in optima forma. Analyseren waar je niet goed in bent en precies daar heel bewust op oefenen.

We laten ondertussen haast iedereen die hier komt deze oefening doen is verrassend wat er gebeurt.

Vrijwel iedereen die het probeert vertelt dat er een extra stukje spanning ontstaat. Een soort extra focus. Volgens mij ook omdat anderen weten dat je er mee bezig bent en dat er een klok meeloopt. Er ontstaat een stukje competitie. Je wilt heel graag zo min mogelijk fouten maken in een zo kort mogelijk tijd. Ik heb een collega horen vloeken.

Je hersenen proberen bovendien een strategie te vinden waardoor je dit zo snel mogelijk gaat doen. Eerst de makkelijkste sommen (1×9 ipv 3×3) en zoveel mogelijk vakjes vlak bij elkaar zodat het grote vlak steeds overzichtelijker wordt. Je hersenen bedenken dat het met een muis sneller gaat dan met een track pad. Of bij boven de 50 moet je rechtsonder zijn en onder de 50 linksboven. En dat gaat onbewust. Pas als je er naar vraagt komen dit soort strategietjes boven tafel.

Een paar weken later zit ik op een congres over alfabetisering en leren. Ik vertel dit verhaal aan een Duitse wetenschapper. Ze begint om een uur of half vijf aan het programma. Het eerste resultaat: 11:43 minuten en 5 fouten. 1,5 uur later heeft ze dat teruggebracht naar 6:07 en 3 fouten. Ze heeft de oefening in totaal 5 keer gedaan. Haar “probleemgetallen” zijn 32, 54, 56, 63, 64. Een paar dagen later stuurt ze nog een uitslag. Ze kan het niet loslaten. Ze weet dat het in 4,5 minuut kan en ze wil dat ook halen.

Automatiseren van tafels is niet leuk. Het kan een enorme opgave zijn. Maar het kan. Het jongetje heeft, doordat hij steeds iets sneller en beter werd, gezien dat er geen plafond was. En bovendien zorgde dat er voor dat hij de uren maakte die nodig waren om de rekentafels te automatiseren. Het gaat meer om uitdaging en deliberate practice. Snelle feedback waardoor je heel effectief kan trainen en zorgen dat je als cursist je progressie kunt zien en bijhouden.

Ondertussen is de Duitse wetenschapper weer een stukje verder. Ze heeft het record te pakken. 4:21 met 0 fouten…

En ondertussen staat het record op 2:02 met 0 fouten. Een fanatieke dochter van een collega… En je kunt de oefening gratis downloaden als een app als je een IPad hebt.

(Visited 94 times, 1 visits today)

Lees meer

Lerende organisatie? Geef de minst geschikte kandidaat de baan.

Op de afdeling waar ik werk ging een paar jaar terug min of meer een nieuwe, interessante functie ontstaan, in te vullen binnen het toenmalige personeelsbestand. Altijd fascinerende momenten. Grofweg lijken er dan voor een leidinggevende twee opties te zijn. Of de leidinggevende benadert personen die hij “het ziet doen” of we laten het afhangen van de ambitie van de personeelsleden.

Beide benaderingen lijken logisch.

Volgens mij kom je bij beide benaderingen op zo ongeveer dezelfde personen uit. De mensen met de ambitie om zo’n nieuwe interessante functie te vervullen zullen dezelfde zijn die een leidinggevende zou benaderen als geschikte kandidaten.

Mijn leidinggevende koos voor de ambitie-optie. Ik zie nog voor me hoe hij de kandidaten voor deze functies op het bord schreef. Ik denk dat dezelfde namen er uit waren gerold als hij gekozen had voor de “ik zie het je doen” optie.

En eigenlijk is dat merkwaardig. VanDale zegt het volgende over ambitie:

am-bi-tie de; v -s streven; eerzucht

Er staat niets over geschiktheid. En toch lijken ze onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ambitie is volgens mij uiteindelijk “willen” gebouwd op de inschatting van “kunnen”. Vaak is voor dat geloof in eigen kunnen iemand anders nodig. Anderen die jij als expert beschouwt en die je het juiste zetje geven. Anderen die ervoor zorgen dat je de schroom van je afzet en er voor gaat. Vaak zijn dat leidinggevenden. Ambitie wordt geboren in een omgeving. Ambitie wordt daar geboren waar iemand is die in je gelooft, zelfs al heb je nog niets laten zien.

Hoe je ze ook selecteert, de kandidaten voor een nieuwe interessante functie zijn vrijwel altijd op het eerste gezicht het meest geschikt, dit zijn mensen met een schijnbaar relatieve voorsprong op andere personeelsleden, geboren uit het idee dat we (de leidinggevende of het ambitieuze personeelslid) een juiste inschatting kunnen maken. Resultaten uit het verleden geven ons de grootste kans op succes in de toekomst.

Beide opties handhaven min of meer de status quo in een organisatie. Op zich lijkt er niks mis mee en het lijkt de meeste kans te geven voor succes.

Maar is dat ook zo?

Je kunt dit ook in een heel ander perspectief bekijken. In het perspectief van leren. Leren, het toverwoord voor de toekomst, kenniseconomie, leven lang leren, lerende organisaties, leren om bij te kunnen blijven met het verre oosten etc. etc. Als we experts mogen geloven dan is leren de sleutel voor een succesvolle toekomst.

Stel dat de inschatting klopt en dat de kandidaten voor de nieuwe interessante functie inderdaad een relatieve voorsprong hebben op andere personeelsleden. Dan is het leerrendement voor de organisatie niet gediend bij zo’n keuze. Als je consequent zou uitgaan van leerrendement voor de gehele organisatie bij dit soort keuzeprocessen dan zou je zoeken naar kandidaten die in zo’n functie het meest te leren hebben. Dan ga je niet uit van de kandidaten met de relatieve voorsprong. Als je als organisatie moet blijven leren om te overleven dan is dit een optie.

Natuurlijk wil je ook dat het goed gaat. Dat snap ik. Maar ook bij de “ambitie” optie of de “ik zie het je doen” optie gaat het regelmatig fout. Tel eens in je eigen organisatie waar waarschijnlijk ook gewerkt wordt met beide traditionele opties. Hoe vaak bleek de inschatting achteraf toch niet zo heel goed uit te pakken? Hoeveel “high potentials” gingen uiteindelijk toch door de mangel ondanks de vaak goed onderbouwde keuzes? Hoeveel ontwikkeling houden we tegen door de “ambitie” optie en de “ik zie het je doen” optie? Hoeveel “high potentials” zijn in je organisatie over het hoofd gezien? Hieronder zit een lijstje van heftige high potentials die aanvankelijk over het hoofd zijn gezien. Zou het zo kunnen zijn dat resultaten uit het verleden geen enkele garantie geven voor de toekomst? We kunnen zien wat mensen nu kunnen en wat ze gedaan hebben maar dat zegt niet zo heel veel. We hebben geen flauw idee wat mensen uiteindelijk kunnen bereiken.

* Vervang indien gewenst het woord “leidinggevende” voor “docent” en het woord “kandidaten/personeelsleden” voor “cursist”.

  1. *Wet van de remmende voorsprong?

“Hij is te onhandig om ballenjongen bij de Davis Cup te zijn.” (Stan Smith: in 1972 nummer 1 op de wereldranglijst tennis)

”Hij heeft helemaal geen stem.” (zangdocent over Enrico Caruso)

“Leuk bandje maar die zanger zou ik vervangen” (over Mick Jagger)

Blijven zitten op de lagere school en 2 keer gezakt voor de Royal Military Academy. (Winston Churchill)

”Ik werd door al mijn leraren en mijn vader beschouwd als een hele gewone, niet al te snuggere jongen.” (Charles Darwin)

”Te dom om ook maar iets te leren.” (Leraren van Thomas Edison)

“Why don’t you stop wasting people’s time and go out and become a dishwasher or something?” (casting director over Sidney Poitier, winnaar Oscar als eerste zwarte acteur “best actor” 1963)

Van school afgestuurd met de boodschap: “niet in staat iets te leren”. (Leo Tolstoy)

”Niet goed genoeg voor de top.” (Guus Hiddink over Klaas Jan Huntelaar)

3 keer afgewezen door de USC School of Cinematic Arts (Steven Spielberg)

“Hij is kaal. Hij kan niet acteren en zingen. Hij kan een klein beetje dansen.” (na een screentest over Fred Astaire)

”Als componist is hij hopeloos.” (muziekdocent Beethoven)

Afgewezen door de Toneelacademie Maastricht (Paul de Leeuw)

Afgewezen door de Toneelacademie Maastricht (Theo Maassen, genomineerd voor een gouden kalf in 2008)

”What will they send me next!” (gymnastiekdocent over Edmund Hillary, de eerste man die de top van de Mount Everest bereikte)

”Het wordt nooit wat met die jongen.” (rekendocent over Albert Einstein)

”We zijn bang dat hij achterlijk is.” (ouders over Albert Einstein)

”Je bent ontslagen omdat je geen fantasie en geen ideeën hebt!” (over Walt Disney)

(Visited 43 times, 1 visits today)

Lees meer