Routine en leren

Share

 

If I do not practice for one day, I know it. If I miss two days, my wife knows it. If I miss three days, my audience knows it.

Dit citaat wordt toegeschreven aan verschillende muzikanten. De componist en pianist Franz Liszt, de pianist Vladimir Horowitz, de cellist Pablo Casals en de violist Jascha Heifetz. Van wie het ook is het wijst ons op het grote belang van oefenen.

Ik heb er wel mijn twijfels bij of we het na drie dagen zouden horen. Maar er zullen niet veel mensen zijn die het belang van trainen om op een zo hoog niveau te presteren zullen ontkennen.

Anders Ericsson en zijn collega’s wijzen ons op de schokkende hoeveelheid uren waarin getraind wordt om dit hoge niveau te bereiken. Het hangt af van het vakgebied en of er een traditie van professionele scholing is ontstaan maar grofweg spreken onderzoeken over 10.000 uur in tien jaar. Dat is 20 uur per week. Dat is 3 uur per dag!

Natuurlijk hangt het af van de kwaliteit van dat oefenen welk niveau je gaat bereiken.

Maar wat ik me steeds meer realiseer is dat deze presteerders iets hebben ingebouwd in hun leven waardoor ze die uren kunnen maken. Het is een routine geworden. Een routine die er voor zorgt dat het raar voelt als je een dag overslaat.

Een collega heeft net een master opleiding afgerond. Twee jaar lang heeft hij door de opleiding allerlei prikkels op zich afgesmeten gekregen waardoor er enorm veel geleerd is. Nu is het stil. Hij beschrijft het als een zwart gat. De prikkels die er voor zorgden dat er ontwikkeling plaatsvond zijn weg. Het staat stil. Het is geen routine geworden. Er is geen tijd en plaats en gedrag ingebouwd die er voor zorgt dat er ontwikkeling blijft.

Ik heb het vermoeden dat er bij Pablo Casals en Vladimir Horowitz wel sprake was van een routine. Ik denk dat zij niet elke dag zich hebben afgevraagd of ze zouden gaan oefenen of niet. Het moet een integraal onderdeel geworden zijn van hun leven. Het is een routine geworden.

We krijgen nu de eerste resultaten terug van een vragenlijst voor docenten die met DigLin+ werken. Een van de vragen is hoe lang hun studenten per week werken met DigLin+. Mogelijke antwoorden 1 uur, 1 – 3 uur, 3 – 5 uur. De meeste docenten (ruim 70%) geven aan dat hun studenten 0 – 3 uur met DigLin+ werken. Een van de andere vragen is of zij denken dat hun studenten iets sneller vorderen door DigLin+, veel sneller of niet sneller. Elke docent geeft aan dat hun studenten sneller vorderen (2 docenten geven aan dat ze dit niet kunnen beoordelen).

Van de groep studenten die 3 uur of minder met DigLin+ werken meent 17% van de docenten dat ze “veel sneller” vorderen.

Van de groep studenten die 3-5 uur per week met DigLin+ werken meent ruim 60% van de docenten dat ze “veel sneller” vorderen. Ik moet er bij aantekenen dat er een kleine groep (23) docenten is die de vragenlijst heeft ingevuld.

Dit wijst op een zekere routine. Leren, en zeker het leren van een gecompliceerde code als de klank-tekenkoppeling vereist een zekere routine. Een routine waarbij er sprake is van consequente herhaling en waarbij een zekere hoeveelheid tijd en intensiteit nodig is om tot een optimaal effect te komen.

Een collega uit de sportwereld vertelde me dat er in zijn vakgebied een stelregel is: één keer iets oefenen heeft geen enkele zin, als je iets twee keer oefent hou je je niveau in stand (en zak je niet verder terug) en bij 3 keer oefenen kan er pas sprake zijn van vooruitgang.

Ik geloof dat dat ook geldt voor DigLin+. Ik denk dat cursisten die 5 uur per week oefenen meer vorderen dan een cursist die met hetzelfde materiaal 2 weken lang 2,5 uur per week oefent. Er is een zekere intensiteit nodig om het optimale effect te bereiken. Ik denk zelfs dat voor dat optimale effect meer oefening nodig is dan 3-5 uur per week. Ik denk dat we het kunnen merken als cursisten 3 dagen niet oefenen.

Voor “een leven lang leren” of jezelf ontwikkelen is het nodig om een zekere routine in te bouwen in ons leven. Een routine waarin tijd is vrijgemaakt voor ontwikkeling. Een routine waarin gedrag is ontstaan om stil te staan, ons af te vragen hoe iets beter kan. Om ons af te vragen of wat we doen nog wel werkt. Om ons af te vragen of het wellicht anders moet. Dat is ook een routine waarin optimisme schuilt. De werkelijkheid is in ieder geval deels maakbaar. Wij kunnen beter worden.

Toen Pablo Casals 83 was, werd hem gevraagd waarom hij nog elke dag 4 – 5 uur oefende. Zijn antwoord:

Because I think I am making progress.

 

 

(Visited 110 times, 1 visits today)

Een gedachte over “Routine en leren

  1. Jan, als we je blog over routine van oefenen naar de lespraktijk van de alfabetisering vertalen, is het belangrijk om minstens 3-5 uur oefenen in de week te verdelen over minstens 3 lesdagen, waarin minstens 1,5 uur geoefend wordt. Een grotere frequentie is nog beter. Als de tussenpozen groter worden, bestaat de kans dat er al veel vergeten is. Een tussenpoos van 1 dag en 1 of 2 nachten is uitstekend om de opgedane kennis te laten bezinken. Die kennis is nog voldoende beschikbaar om de volgende keer door te kunnen gaan. Wacht de leerder langer, bijvoorbeeld een week, dan heeft hij meer tijd nodig om de verse kennis te activeren en verder te bouwen, of is die kennis al helemaal verdwenen. Vooral bij mensen die niet gewend zijn te leren, leidt dat al gauw tot frustraties. Aan de andere kant is het ook nuttig om opgedane kennis even te laten bezinken. Daar is de nacht heel geschikt voor. Wat er dan gebeurt, is dat de neurale structuren die overdag gevormd zijn in het werkgeheugen overgaan naar het midden(-lange)termijngeheugen. Dezelfde bewerkingen die in het werkgeheugen nog moeizaam gingen, kosten minder hersenactiviteit in het middentermijngeheugen en gaan sneller. Als er niet meer mee geoefend wordt, verdwijnen ze echter binnen enkele weken of maanden uit het middentermijngeheugen.
    Je blog gaat vooral om de routine van het leren. De automatisering – het niet meer hoeven nadenken bij de klank-tekenkoppeling – is misschien nog belangrijker. Die behelst de overgang van het midden-termijngeheugen naar het langetermijngeheugen. Daarvoor is veel training nodig. Pas als een alfaleerder die fase heeft bereikt, is er plaats voor de betekenis, de zinsintonatie, het leuke en het mooie van wat je leest.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*