Wendbaar Vakmanschap (concept)

Share

In Leeuwarden bij de NHL Stenden Hogeschool is het lectoraat Wendbaar Vakmanschap actief. Ik mag deel uitmaken van de kenniskring Wendbaar Vakmanschap.

Op de een of andere manier is “Wendbaar Vakmanschap” een perfect gekozen titel. Iedereen krijgt daar een gevoel bij. Bij ons op het Friesland College is Wendbaar Vakmanschap ook onmiddellijk ingeburgerd. Ik zie het overal terugkomen. Op gevoelsniveau lijkt het aan te slaan. Een wendbare vakman lijkt een betere vakman. Het lijkt een vakman die actief acteert en reageert op zijn omgeving en toekomstbestendig is. Toch is niet meteen duidelijk wat Wendbaar Vakmanschap is en waar de kenniskring zich op zou moeten richten.

Voor mij zit er een spanning tussen “wendbaar” en “vakmanschap”. De wendbaarheid wordt wat mij betreft beperkt door het vakmanschap. In “vakman” zit iets eigenwijs. Iets “niet wendbaars”. Niet omdat de vakman niet wendbaar zou willen zijn maar omdat hij op basis van zijn kennis en vaardigheden weet waar wendbaarheid mogelijk is en waar niet. Niet alle opties zijn reële opties. Er zijn wellicht vele wegen die naar Rome leiden maar niet elke route is even snel of even handig. En misschien is de kans dat je in Rome arriveert bij sommige routes niet heel erg groot. De kennis en het inzicht over de bruikbaarheid van opties is juist wat de vakman onderscheidt.

Maar ook dat is niet een gestolde werkelijkheid. Vakgebieden ontwikkelen zich steeds sneller en dat geeft nieuwe mogelijkheden en zal ook een aantal oude opties teniet doen. In die snelle ontwikkelingen lijkt Wendbaar Vakmanschap nodig om duurzaam in een vakgebied te kunnen blijven opereren. We gaan van eerst leren en dan werken steeds meer naar een situatie waarin de vakman werkt en door impulsen in dat werken ook leert. Leren en werken zijn niet meer gescheiden gebieden en dat betekent dat de regie bij dat leren bij de vakman komt te liggen. Hij zal uit de omgeving moeten halen dat er iets aan het veranderen is en dat hij er voor moet zorgen dat er leren plaats kan vinden. Hij zal moeten accepteren dat zijn vak verandert en dat er geleerd en afgeleerd moet worden. Dat leren zal bewust en onbewust plaatsvinden. Soms zelfs zonder dat de vakman dat zelf meteen opvalt.

Mijn interesse zit vooral in wat nodig is in het onderwijs om als uitkomst “Wendbaar Vakmanschap” te krijgen.

Het onderwijs levert vakmensen af in een zich ontwikkelend vakgebied. Dat vakgebied is in deze animatie als cirkel weergegeven. Wij leveren vakmensen af die in de huidige staat van dat vakgebied kunnen functioneren. Maar de cirkel beweegt en het is aan de vakman om mee te bewegen met dat vakgebied. Hij kan de cirkel / het vakgebied mee helpen vooruit te bewegen. Hij kan de ontwikkelingen mede vormgeven. Voor vakmensen die stil blijven staan en waarbij geen wendbaarheid en ontwikkeling plaatsvindt moet gevreesd worden dat ze ook letterlijk buiten het vakgebied gaan vallen.

Voor het onderwijs betekent dit volgens mij dat we in dat onderwijs zelf ruimte moeten creëren. Ruimte voor onze studenten. Een wendbaar vakman bevindt zich in situaties waarin ruimte is. Hij wendt niet alleen maar hij kan ook wenden. Hij bevindt zich in een situatie waarin keuzes zijn. Sterker nog, de problemen waarmee de vakman geconfronteerd wordt zullen steeds minder problemen zijn waarbij slechts één oplossing of één juiste keuze is. De oplossing ligt vaak niet voor de hand. Er zijn vaak tal van keuzes te maken en het is niet altijd even duidelijk welke keuze de beste is.

Om een vakman daarop voor te bereiden zou er ook in het onderwijs continu ruimte moeten zijn en zouden studenten ook continu keuzes moeten maken. Ze zouden continu de spanning moeten voelen tussen wendbaarheid en vakmanschap. Zo worden ze in mijn ogen het best voorbereid op hun toekomst. Je wordt geen wendbaar vakman door je 4 jaar keurig aan de route te houden die wij bedacht hebben.

En het onderwijs heeft een wat moeizame verhouding met keuzes. We zijn meer van

5+5=…

dan van

…+…=10

We zijn meer van goed en fout. We zijn sneller geneigd te sturen op gehoorzaamheid (doe wat ik zeg en het komt goed) dan op autonomie. We zijn als onderwijs beter in het vastleggen van routes van studenten dan in het formuleren van doelen en ruimte geven aan studenten om te leren die doelen te halen en daarin keuzes te maken.

Hebben onze cursisten elke dag die keuzes? Maken we echt ruimte? En als we die ruimte maken hoe zorgen we er dan voor dat er wel ontwikkeling plaatsvindt?

(Visited 196 times, 1 visits today)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*