DigLin+ en compartimenteren (lineair – non lineair)

Share

Stel je bent analfabeet. Ook in je eigen taal. En je leert een nieuwe taal en het alfabetiseringsproces is gestart. De docent begint instructie te geven over de eerste 3 klanken gekoppeld aan tekens . Deze:

 

De klanken zijn je misschien niet vreemd maar omdat je een echte analfabeet bent, kun je ze niet koppelen aan letters van je eigen alfabet. Je kunt dus niet denken “oh, die eerste klinkt net als onze g”. Die steun is er niet.

Ze klinken trouwens zo:

 

 

In een analoge wereld waarin je de  beschikking hebt over papier en een docent, is het van groot belang om deze koppeling snel in het langetermijngeheugen te krijgen. In deze situatie is de docent de enige beschikbare bron dus moet het gebeuren als de docent aanwezig is. Dat kan  door middel van instructie van de docent en veel herhaling. De letters kunnen nog worden “vastgehouden” op papier. Alles wat zich alleen heel even in het werkgeheugen afzet, is daarna weg. Maar hoe kan de koppeling met de klank zich vastzetten in het middentermijngeheugen, dat ervoor zorgt  dat deze “kennis” er de volgende dag nog is? Het is de vraag of je je de eerste drie klanken nog kunt herinneren die je net gehoord hebt en of je de subtiele verschillen hebt kunnen vasthouden. En als je ze hebt vastgehouden dan komt dat door herhaling en waarschijnlijk omdat je ze hebt kunnen koppelen aan letters van je eigen alfabet. En ze moeten gekoppeld worden  aan  nieuwe letters/tekens.

Dit gegeven heeft enorme consequenties voor leren. Het zorgt er voor dat we (in een “docent en papier”-situatie) gaan compartimenteren. We gaan handige compartimenten met informatie maken. Wat we denken dat het makkelijkste is, eerst. Want deze drie klanken zijn dan niet de handigste klanken als ze snel naar het langetermijngeheugen moeten. Een docent zal er drie uitkiezen die al bekend zijn uit de moedertaal of juist die veel meer uiteenlopen qua klank. De docent zal ook nadenken over de volgende klanken (het volgende compartiment) die hier het beste op kunnen volgen. Er zal daardoor een logische lineaire volgorde ontstaan met steeds stukjes (compartimenten) van de totale informatie. Het is onmogelijk zicht te geven op het totale plaatje. Dat zou te veel tijd kosten van de docent en alleen maar verwarring opleveren voor de cursisten. Het is veel te veel informatie om vast te houden.

De docent zal ook oefeningen bedenken waarmee de kans het grootst is om deze informatie  snel in het langetermijngeheugen te krijgen. Er zal veel systematische herhaling in zitten waarbij de docent steeds de klanken voor moet doen en de koppeling met de letters moet  laten zien. Het leidt haast automatisch tot een situatie waarin een homogene groep leerders het meest effectief is. Het leidt ook tot een situatie waarin je als leerder precies moet doen wat de docent voorschrijft. Je moet gehoorzaam zijn.

Als je het tempo als student niet bij kunt benen en je krijgt dit onvoldoende snel in je langetermijngeheugen, dan mis je de  stap naar het eerste compartiment en is de kans groot dat je de volgende stappen ook gaat missen. Je loopt een achterstand op die steeds groter kan worden en die wellicht niet meer in te halen is.

Het grote probleem zit in de situatie dat de docent de centrale bron is. De leerder is daarvan afhankelijk. Dat bewerkstelligt een lineair proces. Het zorgt er ook voor dat docenten de neiging hebben elke “verwarring” in het proces er uit te halen. Verwarring zorgt er immers voor dat de informatie niet snel genoeg vastgehouden kan worden (of verkeerd vastgehouden wordt) in het langetermijngeheugen.

Dus: de p en de b niet bij elkaar! De “oe” behandelen als een geheel en vooral proberen te vermijden dat de “oe” eigenlijk bestaat uit een “o” en een “e”. En dus niet klankzuivere woorden zo veel mogelijk vermijden in het begin. In DigLin+ hanteren we juist de regel: p en b wel bij elkaar zetten in één compartiment zodat de leerder goed het verschil ziet en hoort. Bijvoorbeeld vier woorden met p naast vier woorden met b, gezellig bij elkaar in de coupé. De “oe” mag best naast de “o” en de “e”. In de klankenbar kun je immers goed horen dat “oe” anders klinkt dan “o + e”. Een digitaal leermiddel kan veel van deze problemen oplossen. En dat hebben we in DigLin+ gedaan.

Je hoeft het tempo van de docent niet te volgen. Een strakke compartimentering en volgorde is niet absoluut noodzakelijk. Je kunt onderweg steeds de klank-tekenkoppeling opnieuw zien en horen. Je kunt dat steeds zelf oproepen met behulp van de klankenbar, het klankenalfabet van het Nederlands. We kunnen veel effectiever en langduriger werken om deze informatie  in het langetermijneheugen te krijgen. Studenten kunnen veel langer en zelfstandig werken om dat in het langetermijngeheugen te krijgen. Dat hoeft niet meer op hele specifieke momenten (met een docent) te gebeuren. Dat hoeft ook niet plaats te vinden met instructie van een docent, de digitale beeldtaal wijst een leerder ook de weg. We hoeven niet perse te compartimenteren. Ook meer subtiele verschillen en patronen zijn hanteerbaar doordat de leerder steeds mogelijkheden heeft om dat zelf op te roepen en opnieuw te zien en horen. We kunnen leerders in plaats van compartimenten (geselecteerde stukjes) ook het hele plaatje laten zien. Dat hebben we bijvoorbeeld gedaan met de klankenbar of soundbar.

 

Dat geeft leerders de mogelijkheid alle klanken te beluisteren en zelf steeds weer verschillen te onderscheiden in plaats van ze aangeboden te krijgen in logische compartimenten.

Verwarring is in deze situatie juist een bouwsteen. Verwarring kan hier juist wijzen op patronen (bijvoorbeeld het patroon met “o” tegenover het patroon met “oe”) en kan patronen helder krijgen.

 

Jan Deutekom

Ineke van de Craats

 

(Visited 66 times, 2 visits today)

Een gedachte over “DigLin+ en compartimenteren (lineair – non lineair)

  1. Duidelijk!
    Een groot voordeel van Diglin+ is dat cursisten in hun eigen tempo kunnen leren. Ze zijn veel minder afhankelijk van de docent.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*