DigLin+ en compartimenteren (lineair – non lineair)

Stel je bent analfabeet. Ook in je eigen taal. En je leert een nieuwe taal en het alfabetiseringsproces is gestart. De docent begint instructie te geven over de eerste 3 klanken gekoppeld aan tekens . Deze:

 

De klanken zijn je misschien niet vreemd maar omdat je een echte analfabeet bent, kun je ze niet koppelen aan letters van je eigen alfabet. Je kunt dus niet denken “oh, die eerste klinkt net als onze g”. Die steun is er niet.

(meer…)

Lees meer

DigLin+: feedback en het bevorderen van autonomie

Ineke van de Craats en ik horen regelmatig dat het soms voor docenten lastig is om te werken met DigLin+ en de ideeën achter het materiaal. In deze blog wat ervaringen en ideeën hoe het verbeteren van het leren van cursisten met DigLin+ er uit zou kunnen zien.

Schematisch kan werken met DigLin+ er zo uit zien:

De H-Cyclus

De docent verwacht iets van cursisten. Dat is niet wat cursisten moeten doen maar wat ze moeten kunnen. De docent probeert dat te formuleren en daarbij ook aan te geven wanneer hij/zij tevreden is. Dan worden cursisten los gelaten en kunnen gaan proberen met “bronnen” (in dit geval de bronnen in DigLin+) dat doel te bereiken.

Voor ons is het erg interessant om te zien wat cursisten doen in het deel wat hier het proces heet. Cursisten weten wat er van ze verwacht wordt en ze gaan zelf met bronnen aan de slag om dat te bereiken. De docent heeft hier de verantwoordelijkheid overgedragen aan cursisten. Voor docenten is dit een lastige fase. Het is moeilijk om er van af te blijven en cursisten hun eigen fouten te laten maken en er niet meteen bovenop te zitten en te helpen. Het is ook niet de bedoeling dat docenten in deze fase op de handen gaan zitten. Deze fase geeft de mogelijkheid te observeren en kan zorgen voor informatie waardoor we het leren van cursisten aanmerkelijk kunnen verbeteren. We kunnen het leren zelf van cursisten zo verbeteren.

(meer…)

Lees meer

Diglin+ Nederlands – achtergronden

Met enige regelmaat krijgen we de vraag hoe Diglin+ Nederlands is opgezet en hoe docenten en cursisten er mee kunnen werken. Hierbij een poging iets van de achtergronden te verduidelijken (versie 1).

Algemeen

Diglin+ Nederlands is gebouwd op de principes van FC-Sprint². Belangrijk daarbij is dat cursisten zelf kunnen werken aan een doel (of zoals dat in Sprint² ook wel genoemd wordt ‘een hoge verwachting’). Zij kunnen daarbij gebruik maken van ‘bronnen’. Alles kan daarbij een bron zijn. Medecursisten zijn bijvoorbeeld een bron, er kunnen papieren bronnen zijn en er zijn digitale bronnen. Diglin+ Nederlands is een omgeving met deze digitale bronnen. Ook een docent is een bron maar dat is bij voorkeur de laatste bron. Bij Sprint² heeft de cursist heel nadrukkelijk het stuur zelf in handen. Hij kan aan zijn eigen doelen werken of aan uitdagende verwachtingen die de docent voor hem formuleert. Ook als een cursist aan zijn eigen doelen werkt dan zet de docent dat om in een hoge verwachting. Als een cursist bijvoorbeeld wil leren tellen in het Nederlands dan kan een docent daarop een verwachting formuleren.

“Ik weet zeker dat je vanmiddag om half 2 tot 20 kunt tellen en dat ga je presenteren aan de andere cursisten.”

(meer…)

Lees meer